; Geestelijk leven
Geestelijk leven

Na de dood van de Friese koning Radboud in de achtste eeuw kreeg de christelijke religie steeds meer invloed in de noordelijke regio's. Na het jaar 1000 werden er in ons gewest verschillende kloosters gesticht. Zo kwam er in 1157 een klooster aan de oostkant van Harlingen bij Koetille. Families met bezittingen stelden vaak grond en geld beschikbaar voor de stichting van een klooster. Soms werd deze familie ook de naamgever van het klooster. Het klooster bij Koetille kreeg de naam Ludingakerk (Lúntsjerk) en het is heel goed mogelijk, dat de familie Ludinga de stichting van dit klooster mogelijk heeft gemaakt. Vanuit dit klooster werd ook de parochie van Hitzum bediend. Niet alleen Hitzum maar ook nog negen andere dorpen in de omgeving (A. Algra: de historie gaat door het eigen dorp. Leeuwarden 1960).

Een klooster had dus een grote invloed op zijn omgeving. Door het bijhouden van kronieken zijn ze ook van belang geweest voor de geschiedschrijving. Het oefende ook aantrekkingskracht uit op mensen, die minder goede bedoelingen hadden. Het klooster van Ludingakerk was rijk en dat was algemeen bekend. Geen wonder, dat het werd betrokken in de twisten tussen Skieringers en Vetkopers in de 15e eeuw. In 1535 werd deze afgebroken.

Trouwens met de kloosters was het toch een aflopende zaak. Na de reformatie in de 16e eeuw werden de kloosters en de kloostergoederen door de provincie Friesland in 1580 geconfisqueerd. De provincie werd meestal de nieuwe eigenaar van de kloostergoederen.

De reformatie had ook gevolgen voor het geestelijk leven Hitzum. Het werd gecombineerd met Achlum tot één gemeente. De laatste pastoor van Achlum ging met de Reformatie mee, maar moest verder als schoolmeester door het leven. Deze Job Piers schijnt toch weer, aldus Algra, tot zielenherder te zijn opgeklommen. In sommige opgaven wordt als eerste predikant van de gecombineerde gemeente Achlum en Hitzum vermeldt Jobius Petri, een fraaie latinisering van Job Piers.

Uiteraard is er een lange lijst van predikanten tot op heden. Enkele bekende predikanten zijn Ds. Hendrik Hellema, die 52 jaar (van 1826-1878) in deze gemeente heeft gestaan. Het was de zoon van Doeke Wiegers Hellema van Barrahuis, die bekendheid kreeg door het schrijven van een dagboek.

Een andere bekende predikant was Ds. Marie Joseph Goddefroy (1882-1887). Tijdens zijn ambtsperiode was er een felle richtingenstrijd in de gemeente tussen liberale en rechtzinnige kerkleden. Overigens vermeldt Algra, dat volgens de overlevering zijn komst eigenlijke vergissing was geweest, hij was namelijk rechtzinnig, maar "hij had zo'n mooie figuur”. Ook toen was kerkleden niets menselijks vreemd.

In de vorige eeuw heeft vooral Ds. Wouter Magendans tijdens een ambtsperiode van ruim 30 jaar (1901-1932) een belangrijke bijdrage geleverd tot het geestelijk leven in de gemeente.

fotoboek
E-mail02 Gastenboek402
hitzum02
Herschaalde kopie van logo-woonfriesland-hoofdspo